Hoogbegaafdheid bij kinderen en jeugdigen

Specialisatie bij KIEW hierbij is het onderzoeken en begeleiden van
cognitief begaafde en hoogbegaafde kinderen en jeugdigen.
Bij een IQ boven de 130 spreekt men van een intelligentie op een
hoogbegaafd niveau. Bij een IQ hoger dan 120 is er sprake van
een intelligentie op een begaafd niveau. Als met een intelligentietest
is vastgesteld dat er sprake is van een begaafd of hoogbegaafd niveau
bij het kind of de jeugdige zijn hier vaak een aantal consequenties
aan verbonden. Het kind of de jeugdige kan andere behoeftes
hebben op cognitief gebied (moeilijker werk, interessanter werk,
werken in een eigen tempo). Daarnaast kan een ineffectieve cognitieve stijl of
werkhoudingsproblematiek ervoor zorgen dat een kind of jeugdige niet optimaal functioneert
op school. Ook kan de persoonlijke aanleg of hoe het kind omgaat met sociaal-emotionele zaken als gevoelens, gedrag en gedachten vragen om extra ondersteuning, stimulans of aansturing. Wellicht functioneert een kind het beste vanuit een bepaald onderwijssysteem of heeft het een aangepaste didactische benadering nodig. Op basis van de resultaten van het intelligentieonderzoek, waarbij het niveau van de intelligentie is vastgesteld en de verdeling tussen de cognitieve functies onderling, worden adviezen gegeven om de ontwikkeling van het kind of de jeugdige zowel thuis als op school te optimaliseren.        

 

Sociaal-emotioneel onderzoek bij cognitief hoogbegaafde kinderen
Mocht een kind met een hoogbegaafde cognitieve aanleg veel of ernstige problemen op het vlak van het sociaal-emotionele functioneren hebben, is het goed om deze problematiek breed in kaart te brengen. Dit kan aan de hand van een sociaal-emotioneel onderzoek. Hoewel cognitief hoogbegaafde kinderen en jeugdigen in niets hoeven af te wijken van kinderen met een normale intelligentie komt het toch vaak voor dat deze kinderen specifiek gedrag vertonen of behept zijn met specifieke persoonlijke eigenschappen en dat hun beleving van allerlei belangrijke zaken in het leven (omgang met andere kinderen, zelfbeeld, beleving van de thuissituatie en de schoolsituatie, vrijetijdsbesteding, omgaan met gevoelens, gedrag, denken) gekenmerkt wordt door een heel eigen, authentieke invalshoek.
Hoewel niet alles aan de orde kan komen, worden hier wel enkele veel voorkomende aspecten en problemen bij cognitief hoogbegaafde kinderen en jeugdigen genoemd.    

  • Identiteitsproblematiek door het ‘anders’ zijn;
  • Emotionele problematiek, doordat het kind of de jeugdige de veelheid en intensiteit van de indrukken niet adequaat kan verwerken;
  • Problemen in de omgang met leeftijdsgenoten;
  • Een onevenwichtige persoonlijke ontwikkeling door een introverte of extroverte aanleg;
  • Overgevoeligheid;
  • Angstig zijn;
  • Slaapproblemen door dag/nachtritmeproblematiek of teveel denken;
  • Piekeren, te diep denken, niet kunnen stoppen met denken;
  • Te hoog verantwoordelijkheidgevoel;
  • Te groot normbesef;
  • Problemen op het vlak van de ego-ontwikkeling (een te krachtig of een te zwak ego);
  • Perfectionisme;
  • Dominant en bazig zijn;  
  • Persoonlijk ontwikkelde mechanismen en gedragspatronen.

Een psychodiagnostisch onderzoek kan een goede bijdrage leveren om na te gaan wat het kind of de jeugdige nodig hebben om evenwichtig om te kunnen gaan met de cognitieve hoogbegaafdheid en de hieraan gekoppelde sociaal-emotionele aspecten. Ook hierbij worden adviezen gegeven, gericht op de ouders, het kind of de jeugdige of de school.

 

De begeleiding van cognitief hoogbegaafde kinderen en jeugdigen

 

Begeleiding van cognitief hoogbegaafde kinderen en jeugdigen is mogelijk. Deze begeleiding kan gericht zijn op het kind of de jeugdige, de ouders, de leerkracht of de school als geheel. De begeleiding is meestal gericht op problemen die het kind of de jeugdige ervaart ten aanzien van het cognitief hoogbegaafd zijn. Vaak is het belangrijk dat een kind of jeugdige en de omgeving er goed mee om leert gaan. Daarnaast kunnen specifieke klachten gerelateerd aan het cognitief hoogbegaafd zijn worden aangepakt in de begeleiding.

Ouderbegeleiding
De ouderbegeleiding is meestal gericht op het optimaliseren van de opvoedingskwaliteiten van de ouders, zodat zij hun cognitief hoogbegaafde kind in de opvoeding zo goed mogelijk kunnen bieden wat het nodig heeft. Soms is het nodig dat ouders gebruik maken van meer therapeutisch georiënteerde technieken. De orthopedagoge zal dan de principes en de technieken uitleggen aan de ouders. Een behandelprogramma wordt voor het kind of de jeugdige op maat gemaakt. Zo kunnen de ouders hun kind adequaat begeleiden ten aanzien van specifieke problemen, zoals emotionele problemen, slaapproblemen en andere bekende problemen rond cognitieve hoogbegaafdheid.  

 

Didactische adviezen
Als het gaat om de begeleiding van het kind op school kan een schoolbezoek plaatsvinden.
De orthopedagoog kan dan samen met de leerkracht en andere betrokkenen nagaan wat het kind nodig heeft om goed te kunnen functioneren op school. Tevens kan men praktische handvatten geven. Bij de begeleiding van cognitief hoogbegaafde kinderen en jeugdige op school is het vaak zo dat er specifieke maatregelen genomen worden, die het kind of de jeugdige ondersteunen.
Enkele van deze maatregelen zijn:

  • Verrijken. Bij een maatregel als verrijken krijgt de leerling extra leerstof aangeboden. Gekeken wordt welke aard leerstof het meest geschikt is voor de leerling en op welke manier het verrijkende materiaal het beste kan worden aangeboden. Veel cognitief hoogbegaafde leerlingen knappen op als zij verrijkingmateriaal op school aangeboden krijgen. Echter, dit gaat niet altijd zonder slag of stoot. Een leerling kan door onzekerheid, snel afgeleid zijn of door motivatieproblematiek niet goed reageren op het aangeboden verrijkingmateriaal. Het is dan niet de bedoeling om het aanbieden van dit materiaal dan maar te staken, maar om na te gaan wat de leerling nodig heeft om het verrijkingmateriaal wel adequaat en met plezier te kunnen verwerken. Een prettige site waar veel verrijkende materialen wordt genoemd is: www.slimmekids.nl of www.infohoogbegaafd.nl.       
  • Compacten. Compacten is een maatregel, die voorkomt dat een leerling door teveel schrijven verveeld, ontmoedigd of gefrustreerd raakt. Deze maatregel wordt vooral genomen ter ondersteuning van leerlingen, die veel leerstof kunnen verwerken op basis van een goede intelligentie, maar op motorisch vlak niet zo snel en efficiënt zijn. Door de leerstof te compacten krijgt de leerling de gelegenheid om in een kortere werktijd meer te doen. Ook voorkomt compacten het eindeloos herhalen van leerstof, waar hoogbegaafde leerlingen vaak zo’n moeite mee hebben.    
  • Versnellen. Voor veel hoogbegaafde kinderen is een groep versnellen een uitkomst. Zowel cognitief als sociaal wordt een leerling, door een groep over te slaan, veel meer op haar of zijn eigen niveau aangesproken. Echter, niet elke leerling kan een maatregel als versnellen aan. Het is dan ook belangrijk dat, voordat deze maatregel genomen wordt, nagegaan wordt of de leerling de stap van het versnellen aankan.    

Partiële hoogbegaafdheid (verbaal-performaal kloof)

 

Bij veel intelligentietesten wordt onderscheid gemaakt tussen de verbale intelligentie en de praktische intelligentie (die meestal de performale intelligentie wordt genoemd). Dit is prettig, daar men dan snel een beeld krijgt van de mogelijkheid van het kind of de jeugdige. Het kan zijn dat er sprake is van een evenwichtige intelligentie. De resultaten op verbaal gebied liggen dan ongeveer op hetzelfde niveau als de resultaten op praktisch gebied. Daarnaast kan er sprake zijn van een onevenwichtig intelligentieprofiel. Dit komt regelmatig aan de orde bij intelligente kinderen. Een onevenwichtig intelligentieprofiel kan leerproblemen, werkhoudingsproblemen, emotionele problemen of gedragsproblemen veroorzaken. Bij partiële hoogbegaafdheid komt het vaak voor dat de verbale intelligentie heel goed is, maar de aanleg en de kwaliteit van het functioneren op praktisch gebied normaal of mogelijk zelfs lager dan normaal is. Er is dan sprake van een begaafde - of hoogbegaafde intelligentie op verbaal gebied met een verbaal-performaal kloof.    

Bij kinderen en jeugdigen, die verbaal aanzienlijk sterker zijn dan praktisch kunnen de volgende symptomen en klachten zich voordoen:

  • Veel behoefte hebben aan verbale uitdaging;
  • Zich verbaal goed kunnen uitdrukken;  
  • Sterk opgaan in een eigen denk- en belevingswereld;
  • Verbaal zeer consequent en logisch nadenken;
  • Een sterk verbeeldend vermogen hebben, met veel fantasie;
  • Een sterk voelend en aanvoelend vermogen hebben;
  • Moeilijkheden hebben ten aanzien van het overzicht bij praktisch of visuele taken;
  • Concentratieproblemen door het snel afgeleid door innerlijke - of uiterlijke indrukken en prikkels;   
  • Motivatieproblemen door het gebrek aan uitdaging in combinatie het moeilijk praktisch waar kunnen maken; 
  • Faalangst gekoppeld aan perfectionisme;
  • Bazigheid en dominantie;
  • Onzekerheid vanuit het dissynchronisch intellectuele functioneren;
  • Fijn motorische problemen (niet snel of netjes kunnen schrijven; niet goed kunnen tekenen); 
  • Grof motorische problemen (zich houterig bewegen, onhandig zijn of geremd of angstig zijn bij het bewegen);
  • Sociale problemen ontwikkelen door een gebrek aan overzicht of een gebrek aan luchtige, vlotte sociale vaardigheden; 
  • Verlegenheid;
  • Overgevoeligheid.   

Als is vastgesteld dat er bij een kind of jeugdige sprake is van verbaal-performaal kloof problematiek kan men via een gerichte benadering (opvoedkundig of didactisch) ervoor zorgen dat het kind of de jeugdige gebruik kan maken van de voordelen van deze aanleg en weinig tot geen last heeft van de nadelen. Door bepaalde zaken extra in de gaten te houden kan men dit realiseren.